Steden

Sevilla, Granada, Cordoba en Malaga zijn de grote steden in Andalusië. Ze zijn allemaal de moeite van een bezoek waard.

De hoofdstad van Andalusië is Sevilla. Deze romantische en gemoedelijke stad heeft een overvloed aan prachtige historische gebouwen en paleizen. Het paleizencomplex Real Alcazar en de kathedraal Santa Iglesia zijn wel de mooiste bezienswaardigheden. Het grote park Maria Luisa is een uitstekend plekje om even te ontspannen en uit te rusten. En wij vinden dat je de wijken Santa Cruz en Triana gezien moet hebben. Er zijn eindeloos veel charmante plekjes en terrassen.

Het mooie Granada is vooral bekend om het gigantische Alhambra, het Moorse sprookjespaleis. In de oude stad zijn de oude Joodse wijk Albaicin met de Plaza de San Nicolas favoriet. Wij vinden het fijn om op dit plein te dagdromen omdat je een fantastisch uitzicht hebt op het Alhambra en de toppen van de Sierra Nevada. Als we in Granada zijn kopen we thee en kruiden bij de winkeltjes rondom de kathedraal. Ook de kraampjes met aardewerk en andere snuisterijen zijn leuk.

De meest indrukwekkende bezienswaardigheid van Cordoba is La Mezquita. Een grote moskee waar later een kathedraal in gebouwd is. Daarnaast is het paleis Alcázar de los Reyes een aanrader met zijn prachtige mozaïeken en Arabische tuinen. Op loopafstand liggen de oude wijken Juderia en San Basilio. Leuke buurtjes om te verkennen en de witgekalkte huisjes met patio’s vol bloemen te bewonderen. En vergeet vooral niet een Teteria te bezoeken voor koffie of thee met wat lekkers.

Wij gaan regelmatig even naar “onze” stad, het mooie en gezellige Malaga. De overdekte markt, Mercado Atarazanas, pikken we altijd even mee. Al die geuren en kleuren prikkelen je zintuigen. Als u houdt van musea dan zijn het Picasso en het Carmen Thyssen museum een “must”. Plaza de la Constitucion ligt midden in het oude centrum, een prachtig plein. Rondom het plein zijn allerlei steegjes en straatjes met leuke winkels en tapasbarretjes. De blikvangers in het centrum zijn de Gibralfaro die boven de haven en de stad uitsteekt en het Alcazaba daaronder, een Moorse vesting. En als u daar toch in de buurt bent drink dan een heerlijke Malaga Dulce wijn op het terras bij bodega El Pimpi.

Ronda en Antequera zijn kleiner maar ook zeker een bezoek waard. Ronda is letterlijk in tweeën gedeeld door de Tajo, een kloof van honderd meter diep, uitgesneden door de rio Guadalevin. Aan de ene kant ligt de oude Moorse Medina. Hier zijn ontelbare musea, kerken, kloosters en patriciërswoningen te bezichtigen. Aan de overzijde ligt El Mercadillo, de drukkere en nieuwere wijk van de stad. Antequera is nog niet zo bekend bij de toeristen terwijl het stadje een rijke historie heeft. De klim naar boven is even doorzetten maar eenmaal aangekomen bij de boog Arco de Los Gigantes heb je een geweldig weids uitzicht.